Stroom zou goedkoop of gratis moeten zijn als er veel wind of zon is, en duurder als die bronnen weinig stroom leveren. Dit pleidooi voor flexibele energietarieven dat Stedin en andere netbeheerders eind februari deden, was uitgebreid te zien in de journaals en op de website van de NOS. Ook het ‘smart charging’-project in de Utrechtse wijk Lombok (zonne-energie opslaan in de laadpaal voor de deur) kreeg aandacht. Lees het artikel van de NOS over flexibele tarieven en het verhaal van de NOS over lokale opslag via elektrische auto. Hieronder blogt Henri Bontenbal (Stedin strategie & innovatie) over de vele reacties die we ontvingen.

Stedin pleit voor flexibele energietarieven. Waarom?

De energievoorziening in Nederland is vooral gebaseerd op fossiele energiebronnen, dus olie, kolen en gas. Slechts 5,5% van het energieverbruik bestaat uit duurzame energie zoals wind- en zonne-energie. De komende decennia moet ons energiesysteem getransformeerd worden naar een systeem dat volledig wordt gevoed met schone, hernieuwbare energie. Dat hebben we afgesproken tijdens de klimaatconferentie in Parijs in december 2015 en ook is het al eerder door de regering besloten in het Energieakkoord. Daarin zijn afspraken gemaakt over de maatregelen die de komende jaren de duurzame energieproductie laten groeien en tegelijkertijd het energieverbruik omlaag brengen. Als de afspraken uit het Energieakkoord gerealiseerd worden, dan stijgt het percentage duurzame elektriciteit in de elektriciteitsmix van circa 10% (bron) naar circa 45% in 2023. Dat is een forse groei! Wind- en zonne-energie (groot- en kleinschalig) gaan een steeds grotere rol spelen in de productie van elektriciteit. Maar deze bronnen zijn variabel; ze zijn niet op afroep beschikbaar en ook is het aanbod van wind en zon niet constant.

In de praktijk gaat dit betekenen dat het aanbod en de vraag van elektriciteit sterker gaan fluctueren. Op een winderige dag zal er veel windstroom geproduceerd worden en op een zonnige dag veel zonnestroom. Op windstille, grijze dagen zal de elektriciteit van elders moeten komen. 

De prijs van elektriciteit wordt bepaald door de combinatie van vraag en aanbod. Is er veel aanbod, dan daalt de elektriciteitsprijs en dat stimuleert afnemers om extra stroom te gaan gebruiken. Is het aanbod laag, dan stijgt de prijs en worden afnemers gestimuleerd om minder stroom te gaan gebruiken.

Grote bedrijven (grootverbruikers) doen al mee aan dit spel van vraag en aanbod, maar huishoudens en kleine bedrijven (kleinverbruikers) nog niet. Nu steeds meer mensen een slimme electriciteitsmeter in huis hebben wordt het ook voor kleinverbruikers mogelijk om af te rekenen op basis van variabele elektriciteitstarieven. Ook zij kunnen dan mogelijk profiteren van lage elektriciteitstarieven als er veel aanbod van duurzame elektriciteit is. Hiermee worden kleinverbruikers gestimuleerd om op een ander moment elektriciteit te gebruiken wanneer de stroomprijs hoog is.

Dit willen de netbeheerders mogelijk maken. Hieraan zullen zij zelf een bijdrage aan leveren door nauwkeurige bemetering van het elektriciteitsverbruik.

Lees het volledige artikel

Comment