Niels Muller (1976), senior associate bij Loyens & Loeff, is werkzaam als advocaat-belastingadviseur binnen de Algemene fiscaal praktijk. Hij richt zich op structured (asset) finance, projectfinanciering, beleggingsfondsen en (duurzame) energie. Hij is een kernlid van het Islamic Finance team.

Niels is lid van de Nederlandse Orde van Advocaten, de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, de Vereniging voor Belastingwetenschap en de International Bar Association (IBA).


1. Wat zijn de voornaamste stimuleringsmaatregelen die beschikbaar zijn voor PV projecten in Nederland?
In Nederland zijn drie verschillende regelingen beschikbaar. Ten eerste is de salderingsregeling beschikbaar die vooral voor kleinere systemen van particuliere huiseigenaren interessant is. Toepassing hiervan levert effectief een vergoeding van 23 cent per kWh op. Ten tweede is SDE+ beschikbaar voor grotere PV systemen. Hieronder is effectief een kWh vergoeding van ongeveer 14 cent per kWh beschikbaar. Ten slotte is sinds 1 januari 2014 de zogenoemde ‘postcoderoos-regeling’ beschikbaar, die voor kosten ook op een kWh prijs van ongeveer 14 cent per kWh uitkomt. Voor investeerders is onder omstandigheden ook energie-investeringsaftrek (EIA) beschikbaar, deze kan echter niet worden gecombineerd met de SDE+ of de postcoderoosregeling. In de praktijk vallen vooral middelgrote systemen, al dan niet ter beschikking gesteld aan bijvoorbeeld huurders, buiten de boot.

2. Hoe werkt 'De postcoderoos' voor zonne-energie systemen en voor wie is deze bedoeld?
In het Energieakkoord is een energiebelastingkorting afgesproken voor duurzame energie die in coöperatief verband wordt opgewekt door kleinverbruikers die zich in een “postcoderoos” bevinden. Hiertoe dient een groep particulieren zich te verenigen in een coöperatie (of VvE). Deze coöperatie koopt zelf een zonne-energiesysteem en verkoopt de opgewekte elektriciteit aan een energiebedrijf. Dat energiebedrijf (of een ander) levert de elektriciteit aan de particulieren die lid zijn van de coöperatie. Voor iedere opgewekte kWh door de coöperatie die aan hen wordt toegerekend, krijgt deze particulier een korting van 7,5 cent/kWh energiebelasting op de energierekening. Omdat dit ook minder btw betekent (die hoeft namelijk niet over die 7,5 cent te worden betaald), is de korting zelfs iets meer dan 9 cent/kWh. Als aan de strikte voorwaarden is voldaan, kan toepassing van deze belastingkorting worden aangevraagd bij de Belastingdienst. In de praktijk komt door deze strikte voorwaarden slechts een beperkt aantal projecten effectief in aanmerking voor toepassing van deze regeling. Voor zover ons bekend zijn sinds de introductie weinig tot geen verzoeken definitief toegekend door de Belastingdienst.

3. Welk budget heeft het Ministerie vrijgemaakt voor deze 'regeling'? En welke impact kan dit hebben voor de Nederlandse PV markt? Hoeveel Megawatt zou hiermee gefinancierd/gerealiseerd kunnen worden? 
Volgens het recente rapport van ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving is het effect van de maatregel zeer moeilijk in te schatten. ECN verwacht een additionele groei van 25.000 huishoudens per jaar, die gemiddeld 3.3 kWp aan zon-PV realiseren (82,5 MW/jaar). Dit zou op termijn cumulatief tot 500 MW additioneel vermogen moeten leiden. Volgens het Belastingplan 2014 is jaarlijks echter slechts 10 miljoen structureel ingeboekt voor deze regeling. Met 9 cent/kWh betekent dat zo’n 111 GWh aan productie. Bij 900 vollast zonuren in een jaar, is dit te herleiden tot een maximaal verwacht vermogen van 123 MW. Indien de voorspellingen van ECN juist blijken te zijn, zou het budget in 2015 reeds worden overschreden. Hoe veel de regeling gaat opleveren, is dus ook voor de overheid blijkbaar bijzonder lastig te zeggen.

4. Kan spreekwoordelijk worden gesteld dat deze regeling nog "geen deuk in een pakje boter zal slaan" kijkend naar de doelstellingen om 4000 tot 8000 MegaWatt PV te realiseren in Nederland per 2020?
Vooralsnog lijkt de regeling in de praktijk geen groot succes. Als een aantal knellende voorwaarden zou worden aangepast (waaronder bijvoorbeeld de beperkende postcoderoos en de eis van een tweede aansluiting), dan zou de regeling wellicht meer succes kunnen opleveren. Zonder aanpassingen lijkt het inderdaad onrealistisch te veronderstellen dat de regeling daadwerkelijk een bijdrage gaat leveren aan de doelstellingen voor 2020.

5. Je zou denken dat het 'salderen' op afstand dé methode is om nog sneller en grootschaliger zonne-energie toe te passen in Nederland. Het is dan bovendien toch eerlijker omdat mensen zonder 'eigen dak' toch in PV kunnen investeren. Wil de overheid wel dat de regeling een succes wordt? Wat zou jouw advies aan de overheid zijn? 
Het belangrijkste is dat voor de langere termijn zekerheid wordt gegeven hoe het opwekken van zonne-energie zal worden gestimuleerd. De huidige versnipperde aanpak met uiteenlopende tarieven en systemen is dringend aan herziening toe. Aangezien een grondige herziening de nodige tijd zal vergen, is op de korte termijn belangrijk dat helderheid bestaat over de toepassing van de huidige regelingen. Men zou bijvoorbeeld alvast kunnen aangeven op welke termijn een nieuw systeem kan worden verwacht en welk overgangsrecht van toepassing zal zijn. Dit is essentieel voor het op peil houden van (buitenlandse) investeringen in de Nederlandse PV sector. De vraag welke methode het meest efficiënt is in de praktijk zou mijns inziens in nauw overleg met de sector moeten worden beantwoord. Hierbij moeten (toekomstige) ontwikkelingen als slimme meters, smart grids, elektrisch rijden en lokale opslag uiteraard in worden meegenomen. Ook de ontwikkelingen in andere EU lidstaten zoals België, Duitsland en de UK bieden aanknopingspunten voor een beheersbaar en toekomstbestendig nieuw systeem. Het uiteindelijk doel van de nieuwe regeling zou moeten zijn dat de groei van PV op een transparante en uniforme wijze wordt gestimuleerd, waarbij voor iedere euro belastinggeld zoveel mogelijk zonne-energie wordt gerealiseerd.
 
6. Afgezien van de bugettaire beperkingen, wat zijn de bedreigingen en kansen van deze regeling? Zijn er slimme routes binnen de regelgeving om de mogelijkheden maximaal te benutten? 
Energiecoöperaties lopen op dit moment aan tegen de relatief hoge opstart- en onderhoudskosten. De strikte regelgeving biedt helaas weinig ruimte voor maatwerk. Vooral eisen als de “postcoderoos” als geografische afbakening, het verbod op operational lease en de eis van maximaal 5% ondernemers, betekent dat grootschaligere projecten waarschijnlijk niet van de grond zullen komen. Daarentegen zijn de kleinere projecten vaak niet rendabel vanwege de opstart- en administratiekosten.

Comment